De tijd oprekken

Normaal gezien gaat een haiku over één concreet moment, een flits haast, waarin je iets ziet of meemaakt. Maar hoe rekbaar is die tijd, die flits? Dat onderzocht ik in het lab.

door Geert De Kockere

Ik schreef deze, iet of wat experimentele haiku:

Een hond, een man,
een man, een hond.
Heen en terug.

 

Boeiend aan dit haikuexperiment is dat hier de tijd van de haiku ‘opgerokken’ werd. Doorgaans beschrijft een klassieke haiku een uniek en kort moment, dat door de dichter als bijzonder wordt ervaren. Dat moment mag wel niet verward worden met het zogenaamde haikumoment. Dat is het moment waarop de dichter zich het bijzondere moment realiseert. Eerder het moment in de geest dus, niet het échte moment in de tijd. Dat haikumoment kan zich bijgevolg ook evengoed achteraf voordoen, zelfs jaren later nog.

In deze haiku wordt geëxperimenteerd met dat reële tijdsmoment, met de flits, de belichting van het tafereel. De haiku toont dat de tijd die de flits duurt rekbaar is, vertraagd kan worden, in een soort slow-motion-modus kan gezet worden. Het kan in een haiku dus wel degelijk gaan om een langer durend tafereel, zolang het maar om één en hetzelfde, concrete tafereel blijft gaan of althans zo wordt ervaren. Maar het mag dus uitgespreid worden in de tijd, uitgerokken.

Dat is hier duidelijk het geval. Met andere woorden: je krijgt hier een flits die ettelijke minuten lang duurt. De flits belicht namelijk het heengaan en terugkeren van iemand met een hond. Toch ervaar je het als één tafereel, haast zelfs als één moment. En dat heeft dan weer veel te maken met de manier waarop het is geschreven, waarop de woorden bijeen werden gebracht in één doorlopende zin, in één beweging als het ware.

De haiku wordt poëzie vooral door het omkeren van de volgorde, waardoor je de haiku dieper kunt lezen. Bij het heengaan is het de hond die voorop loopt, uitgelaten als hij is, eindelijk naar buiten, hij trekt aan zijn touw. Bij het terugkeren loopt het baasje eerst: hij of zij wil graag weer naar binnen. Maar de hond niet, hij treuzelt en blijft hangen waar hij kan. Zo krijgt het tafereel door de lange belichting een twist, wordt het een verhaal.