Mysterie

Het is altijd heerlijk om na een wat drukkere periode even in mijn lab te kunnen duiken om nog wat gedachten en woorden te mengen tot tanshuku’s. En dan de samenstelling ervan te analyseren op zoek naar de juiste formule.

door Geert De Kockere

En meer en meer ben ik ervan overtuigd dat de tanshuku waardevoller wordt naarmate je er ook een diepere laag kunt in verwerken. En wel zodanig dat bij een eerste lezing de tanshuku wat mysterieus aanvoelt, klinkt. Soms zelfs een tikkeltje absurd. Zodat je haast vanzelf op zoek gaat naar iets diepers. Er móét zo te lezen wel meer achter zitten.

Een originele of ongewone manier van formuleren helpt daarbij. Zoals de laatste regel van de tweede tanshuku hieronder. Zo’n formulering versterkt naar mijn gevoel ook de poëzie. En hoewel de eerste over een schijnbaar eenvoudig natuurtafereeltje gaat, heeft hij veel diepere lagen. Of nee, veel mogelijke diepere lagen. Je mag tijdens het lezen je eigen laag kiezen.

Spoiler alert: voor de liefhebbers ga ik onder elke tanshuku wat verder in op de mogelijke diepere lagen.

En zelfs
midden in de nacht
zijn de rozen wit.

 

Een eerste lezing is een oppervlakkige lezing. Het is waar: ook ’s nachts vallen witte rozen nog op in het donker. Meer dan bijvoorbeeld rode, die overdag vaak opvallender zijn en doorgaans meer bewondering afdwingen dan witte. Maar de witte worden nog witter in de nacht, terwijl de rode hun kleur verliezen. En dan dring je dieper in de tanshuku en zijn betekenis door. Wit is zogezegd kleurloos. Maar net dat kleurloze valt in sommige omstandigheden meer op dan het diepste rood. En zou dit ook kunnen betekenen dat mensen die niet opvallen vaak in diverse omstandigheden hun karakter behouden, waarachtiger zijn en blijven? Of omgekeerd: dat wie opvalt, soms zijn waarachtigheid verliest? Op momenten dat er wat minder wordt gekeken? Op feestjes kleurrijk als geen ander, maar thuis … Het zijn vragen die deze tanshuku alleszins oproept.

In de tuin.
Een dochter passeert.
En de zomer.

 

Een eerste lezing laat je een eenvoudig tafereeltje zien: de dichter zit in de tuin. Zijn dochter passeert in een fris zomerkleedje. Of misschien ruikt ze wel naar zonnecrème. Hij kan daardoor haast niet anders dan aan de zomer denken. Als was het de zomer zelf die passeert. Maar zit daar niet meer achter, vraag je je dan af? Is dat passeren wel een letterlijk — met voetstappen — voortschrijden? Of beseft de dichter misschien ineens, terwijl hij daar zo ontspannen in de tuin zit en eindelijk de tijd neemt om zijn dochter eens goed te bekijken, dat ze groot, mooi en oud is geworden? Dat zijn dochter dus aan hem ‘passeert’? Net zoals de zomer ook soms voorbij is zonder dat je het beseft en je spijt hebt dat je er niet meer van genoot, niet meer buiten zat en leuke dingen deed. En wie dan nóg wat dieper leest, leest misschien in die zomer de zomer van het leven. Ook die passeert soms sneller dan je denkt.

En natuurlijk zijn er nog wel meer en andere lezingen mogelijk. Maar ik wil niet alles verpesten. En ja, in slechts 12 lettergrepen …