Objet trouvé

Is niet elke haiku een objet trouvé dat uit zijn dagelijkse context is gehaald en in woorden tot een kunstwerk wordt verheven? Marchel Duchamp zou mij ongetwijfeld gelijk geven. Ik legde in het lab zijn werk naast een aantal haiku’s en stelde een grote gelijkenis vast.

door Geert De Kockere

In het begin van de 20ste eeuw veroorzaakte Marcel Duchamp een rel door voor een tentoonstelling een porseleinen urinoir in te zenden, die hij plat op de grond legde en een kunstwerk noemde. Hij had er niets aan toegevoegd, de urinoir alleen uit zijn context gehaald, van zijn gebruikelijke functie ontdaan en hem gepromoveerd tot kunstwerk. Een nieuwe kunstvorm was ontstaan: die van de readymade of het objet trouvé. Een gevonden, vaak industrieel voorwerp werd uit zijn alledaagse context gehaald en tot kunst benoemd door het in een museum te tonen. Het kunstwerk kreeg met andere woorden zijn status van kunstwerk niet omwille van wat het was of door wie het werd gemaakt, maar door de plek waar het werd getoond en gezien.

Welnu, is niet elke haiku een tot kunstwerk verheven stukje alledaagse werkelijkheid dat uit zijn context werd gehaald en in woorden wordt tentoongesteld? De klassieke haiku beschrijft alleen maar, voegt niets toe, maar plaatst wel het tafereel in een andere context, namelijk die van de literatuur. Net zoals Duchamp de urinoir in een museum legde.

GEVONDEN POËZIE

Readymades vinden we trouwens niet alleen in de beeldende kunst, ook in de poëzie zijn ze terug te vinden. Het is een vorm van poëzie die ontstaat als van de schoonheid van bepaalde woorden of zinnen wordt ervaren dat ze de eigenlijke boodschap overstijgen, waarna ze uit hun oorspronkelijke context en/of decor worden gelicht en in dichtvorm genoteerd. Anders geformuleerd: gevonden poëzie is het vermogen dichterlijke schoonheid te zien waar de maker die niet zo bedoelde. De auteursintentie wordt hier dus beschouwd als niet ter zake doende. Typische voorbeelden van gevonden poëzie zijn in dichtvorm uitgeschreven stukjes commentaar van een voetbalwedstrijd bijvoorbeeld. De emoties die tijdens die commentaren vaak spontaan ontstaan, worden dan in dichtvorm niet zelden lyrische ontboezemingen. Maar de maker, de sportcommentator in kwestie, had nooit de bedoeling om poëzie te maken.

CONCEPTUELE KUNST

En stel nu eens dat ik over haiku zou zeggen: Haiku is het vermogen dichterlijke schoonheid te zien waar die niet zo is bedoeld en waarbij de dichter slechts die schoonheid uit zijn normale context of decor haalt en ze laat zien in een dichtvorm van 12 tot 17 lettergrepen.

Hoe dicht kom ik dan niet bij de essentie van een klassieke haiku, waarbij de dichter zich zo ver mogelijk van de lezer vandaan houdt en hem vooral de schoonheid van iets wil laten zien, niet meer afgeleid door alles wat errond bestaat en zonder dat de oorspronkelijke maker (in dit geval de natuur) de intentie had om kunst te maken. De urinoir uit het toilet op de grond in een museum gelegd … Hoe modern en zelfs conceptueel is zo gezien de haiku dan niet?