Beemster-HaiKOE’s

Haiku wordt al te vaak ervaren als droog, stijf en saai. En dat heeft niet zozeer met de haiku zelf te maken, maar vooral met hoe en door wie hij wordt gepresenteerd. In oorsprong is de haiku zelfs luchtig en humoristisch, vaak geschreven én gelezen met een knipoog en een glimlach. Het is vooral Bashõ geweest die de ernst in de haiku bracht, het genre zijn soms droge karakter gaf. Maar tegelijk natuurlijk ook zijn grote poëtische ziel, waarmee hij de haiku verhief tot echte poëzie.

 

In het westen wordt de haiku jammer genoeg te veel alleen vanuit dat ernstige karakter benaderd en bedreven, waardoor het grote publiek ten onrechte denkt dat een haiku haast ‘saai’ móét zijn om een haiku te zijn. De haikudichters tonen zich vaak als stijve ‘regelmeneren’ en ‘-mevrouwen’ in deftige pakken die schijnbaar verleerd zijn om te lachen, laat staan te spelen, gek te doen of op hun knieën rond te rijden op de meest vreemde plekken. De presentatie van hun haiku’s gebeurt niet zelden op een stijve manier, het voorlezen doen ze haast sacraal. Slechts weinig bundels getuigen van een frisse vormgeving, de typo is des zolders.

SPEELS

Daarom was ik blij met de kans die boek.be bood om op de Boekenbeurs 2017 haiku’s op een heel andere, speelse en voor haiku uiterst onorthodoxe wijze te presenteren voor een heel ruim publiek: bij de grote polyesterkoeien van sponsor Beemster. En met speelse haiku’s. Veel klassieke haikudichters zullen bij het zien van deze HaiKOE’s ongetwijfeld de wenkbrauwen fronsen of zich misschien zelfs mateloos ergeren. Bedreigingen kreeg ik gelukkig nog niet.

Ik zag het vooral als een kans om de haiku andermaal uit zijn oude kleren te halen, zijn oubollige keurslijf, en te laten zien aan 150.000 mensen dat haiku’s ook speels kunnen zijn en niet altijd in een deftig milieu moeten worden geciteerd als zijn ze uitsluitend bedoeld voor zure heren van stand of parasoldametjes in het park. Nee, zelfs bij die gekke blauwe koeien middenin een massa van kuierende mensen van allerlei pluimage wilde ik ze graag een plek geven, ze mensen tussendoor even laten stilstaan en vooral doen glimlachen. Deze manier van presenteren sluit heel goed aan ook bij hoe haiku in Japan ooit als een volksvermaak werd ervaren en bedreven tijdens grote feesten of bijeenkomsten.

HET WERKT

En het werkt. Terwijl ik de HaiKOE aan Ingang 2 ‘incognito’ aan het fotograferen was, hoorde ik achter mijn rug een aanschuivende mevrouw de haiku voor haar zoontje voorlezen (de haiku die zegt dat het in mei weer botert tussen de koeien en de wei). Ze besloot: Leuk, hé? Snap je hem? Botert? In de wei bloeien in de lente veel boterbloemen. En de koe eet die mee op. En van haar melk wordt dan boter gemaakt … En het zoontje keek nog een hele poos naar de haiku, toen weer naar zijn moeder, naar de koe en naar de HaiKoe … Hoe dat jongetje toen keek, dat was poëzie van de schoonste soort. Toen wist ik: hier hangen die haiku’s prachtig, ook al zullen velen het misschien een aanfluiting van de pure haikureligie vinden. Dat zij dan even aan hun god Bashõ denken: ook hij schreef weleens commercieel gelinkte haiku’s. Over een theehuis of een herberg bijvoorbeeld, om er zijn drankje of verblijf mee te betalen. Daarna hing die haiku, net zoals hij hier bij een koe van Beemster hangt, bij de naam van de zaak. En voor alle duidelijkheid: ik wilde er geen cent voor, noch een bol kaas.

— Geert De Kockere