Bosbaden

Gaandeweg — letterlijk — zijn we in het Huis van de Haiku op zoek naar boeiende vormen om het idee van het bosbaden te verbinden met het idee van haiku. Of beter nog: om via haiku nog intenser aan bosbaden te doen. In het HAIKULAB experimenteren we met nieuwe vormen, die we dan in de HAIKUFAB uitwerken tot bruikbare instrumenten.

door Geert De Kockere

Steeds meer en in steeds diversere middens verschijnen artikels over hoe deugddoend voor lijf en ziel het bosbaden is. In Schotland is het nu zelfs voor dokters een officieel voorschrift, naast de traditionele medicatie. Patiënten krijgen het er voorgeschreven, met een bijsluiter die per maand van het jaar een in te nemen dosis suggereert en hoe je die moet innemen. In de vorm van tips om tijdens je voorgeschreven wandeling te doen. Iets als: zacht inwrijven tot de zalf geheel en al door je huid is opgenomen. Maar dan anders.

Wie met haiku bezig is, intens bezig is, kent al veel langer de heilzame werking van het bos en de natuur in het algemeen voor het welzijn van de mens. Bezig zijn met haiku focust je bovendien nog meer en concreter op de dingen in het bos en de natuur, waardoor het bosbaden als een soort concentraat (klinkt daar niet het woord concentratie in?) werkt. Ons hoef je dus niet te overtuigen. Maar het is wel leuk dat nu ook in een versneld tempo studies verschijnen, die het vermoeden — nee, het was veel meer dan een vermoeden, het was een zekerheid! — van de positieve invloed van het bosbaden bewijzen en steeds meer in de kijker zetten. Wat ons in het HAIKULAB vooral interesseert, is hoe we dat bosbaden optimaal kunnen laten werken. Een stevige wandeling is goed en op zich al heel heilzaam. Maar zijn er manieren te vinden om die heilzame werking via poëzie nog te versterken en boeiender te maken?

De ervaring leert dat de mens soms moeilijk zelf spontaan iets doet dat op zich nogal vrijblijvend oogt en geen onmiddellijk, tastbaar of zichtbaar resultaat oplevert. Een wandeling wordt zo makkelijk uitgesteld, omdat er andere dingen zijn die moeten gebeuren en wél een onmiddellijk zichtbaar of tastbaar resultaat opleveren. Met andere woorden: soms is er een lichte dwang, een engagement nodig, om te doen wat zo goed is, maar makkelijk wordt uitgesteld tot zelfs afgesteld. Sporters kennen dat. Daarom spreken ze vaak af om samen te gaan sporten. Dan móéten ze wel, want ze hebben het afgesproken en willen de andere niet in de steek laten.

KAARTJES

En dus bekijken wij hoe we voor het bosbaden een soort van engagement kunnen creëren om geregeld aan bosbaden te doen en wel op zo’n manier dat de werking optimaal is en je bovendien nog het genot van poëzie er (gratis) bij krijgt. Eén mogelijkheid is natuurlijk om net zoals voor het sporten met een paar mensen af te spreken om elke week op een bepaalde dag een boswandeling van een paar uur te maken. Maar werkt het bosbaden dan goed? Ontstaat dan niet snel het gevaar dat je samen over allerlei dingen — de zorgen en beslommeringen van elke dag — gaat praten, waardoor je helemaal niet meer het bos ziet, hoort, ruikt, voelt, proeft? Dan verdwijnen meteen ook heel wat positieve effecten van het bosbaden. Studies hebben ook uitgewezen dat een bosbad het meeste impact heeft als je dat met zoveel mogelijk zintuigen doet. Die onderdompeling moet je werkelijk bewust beleven, ondergaan. Hoe vermijd je dus dat je al snel je concentratie voor het bos verliest en het alweer over je werk, je zorgen of je problemen hebt?

Eén van de mogelijkheden die we in het HAIKULAB onderzoeken, is of een reeks kaartjes met haiku’s en een kleine suggestie je kan helpen en tegelijk toch niet te flauw of te schools overkomt. Want ook dat willen vermijden: we willen geen schooltje met je spelen. Reeksen kleine kaartjes dus, aangeboden volgens de seizoenen en/of volgens bepaalde thema’s, die je dan zelf uitkiest en die je helpen om die dag een concentraat van bosbad in te nemen. Alleen of met een klein groepje. Achteraf, je bij een lekker warm of koud drankje afdrogend van het bosbad, kun je dan samen nog leuk ervaringen uitwisselen. Ook dan komen er in je hersenen stoffen vrij die goed zijn voor je lichaam en geest. De après-bosbad dus.

SUGGESTIE

Concreet denken we aan kaartjes waarop aan de ene kant een toepasselijke boshaiku staat en aan de andere kant een concrete suggestie om een van je zintuigen (of meerdere tegelijk) intenser en vooral bewuster te gebruiken. Zo zou je een bosbad kunnen nemen en als thema kleur kiezen. De kaartjes geven je dan aan de ene kant een haiku over het bos waarin ook een kleur voorkomt en op de andere kant de suggestie om tijdens je wandeling bijvoorbeeld vijf keer die kleur in het bos te zoeken (en te noteren). Zoek maar eens in het bos naar de kleur rood in de winter! Een andere suggestie bij een andere haiku met een kleur zou kunnen zijn om je bijvoorbeeld de kruinen van de bomen boven je hoofd voor te stellen in de kleur van de haiku. Wat dacht je van een bos met allemaal blauwe kruinen? Zo ga je intenser het bos beleven en ook anders bekijken, bewuster ervaren ook dat de kruinen groen zijn, maar lang niet allemaal van hetzelfde groen. Ook dat zou een eenvoudige suggestie kunnen zijn binnen het thema kleur: benoem eens met je eigen woorden alle soorten groen die je tijdens je wandeling opmerkt. Wow!

Op die manier zouden we in het HAIKULAB thema’s met suggesties kunnen uitwerken die de verschillende zintuigen bewust activeren, er bijhorende haiku’s bij verzamelen of schrijven en dan het geheel in bruikbare kaartjes (in een mooi doosjes?) fabriceren in de HAIKUFAB. Yes!

Nieuwe vormen

Voor de experimenten uit het HAIKULAB die tot een nieuwe haikuvorm of een variant van de bestaande haiku leiden, ontwierpen we een logo, gebaseerd op de druppel die uit het pipet komt van het logo van het HAIKULAB. Tot nu toe rolden op die manier twee haikudruppels uit het lab: de tanshuku en de haiku dorama. Tekst en uitleg over deze nieuwe vormen lees je door erop te klikken.

 
Kies

Haiku dorama

De oosterse haiku wordt door poëzieliefhebbers in het westen weleens een gebrek aan empathie, aan gevoel, aan dramatiek verweten. Dramatiek, afgeleid van het Oudgriekse woord δράμα dat handeling betekent. De klassieke haiku wordt daarom door westerlingen vaak als te statisch (lees: te saai) ervaren en daarom gemeden of niet geliefd. En dus ging ik in het HAIKULAB op zoek naar een mogelijkheid om er wat meer dramatiek in te brengen, in te mengen als het ware. Als een nieuwe vorm van de haiku, een meer ‘theatrale’ vorm.

door Geert De Kockere

Mijn zoektocht en enkele experimenten mondden uit in het ontwerpen van een nieuwe variant van de klassieke haiku met een heel specifieke opbouw, heel eigen kenmerken en een aparte typo. Concrete regels dus, die het schrijven ervan houvast bieden en vergemakkelijken. Omdat er in deze nieuwe vorm meer drama, meer toneel schuilt dan in de klassieke haiku, noem ik hem daarom de haiku dorama. Dorama is Japans voor drama. Eventueel kan die naam ook nog worden afgekort tot dorama.

DE REGELS

#1. Het decor met rekwisieten

De 1ste regel van de haiku dorama telt 5 lettergrepen en bestaat uit losse woorden, waartussen toch een zeker verband is of op z’n minst gesuggereerd wordt. Die 1ste regel wil vooral een snelle impressie scheppen, de context tonen, het decor opbouwen, de rekwisieten klaarzetten. De losse woorden bieden de mogelijkheid om zonder grammaticale afleiding een sterke en snelle impressie te geven. Door het ontbreken van lidwoorden, adjectieven, voegwoorden of andere bijvoegsels kun je in die 1ste regel ook meer (gedachten) kwijt dan normaal, wat de haiku rijker of ruimer kan maken.

Zie dus de 1ste regel als het klaarzetten van het decor (met enkele rekwisieten), om dan van daaruit een toneeltje op te bouwen en te regisseren.

#2. De tussengedachte

De 2de regel van 7 lettergrepen is een soort van tussengedachte. Vandaar dat hij tussen twee gedachtestreepjes wordt geschreven. Deze regel wordt in tegenstelling tot de 1ste regel wel als een vrij normale zin geformuleerd, zij het eerder in een beknopte vorm. Dat wil zeggen dat er bijvoorbeeld niet altijd een persoonsvorm nodig is. Maar hij leest wel vrij vloeiend, normaal en is geen opeeenstapeling van woorden zoals de 1ste regel. Typerend voor deze 2de regel is dat hij ook los een betekenis heeft, een afgerond geheel vormt, ons een beeld toont, een situatie schetst, een ervaring vat, een belevenis laat lezen.

#3. De duiding of moraal

De 3de en afsluitende regel van de haiku dorama telt weer 5 lettergrepen en geeft een soort duiding aan de voorbije regels, aan de impressie, breidt ze uit, toont waar het om te doen is, maakt een besluit, geeft een antwoord. De 3de regel is in die zin dus afrondend en brengt verduidelijking. Tegelijk kan ook deze regel als een afzonderlijke regel gelezen worden.

#4. Twee minihaiku’s

Bijzonder en iet of wat magisch aan de haiku dorama, is dat niet alleen elke regel van de haiku afzonderlijk kan bestaan en moet kunnen gelezen worden, maar ook dat de 2de regel kan worden weggelaten en de 1ste en 3de regel dan samen een minihaiku vormen van 10 lettergrepen. Een haiku binnen de haiku dus. Dat stemt goed overeen met het idee dat de 2de regel een tussengedachte is. Meer nog: ook de 2de en 3de regel vormen binnen de haiku dorama samen een nieuwe haiku van 12 lettergrepen, een tanshuku dus. Kortom: een belangrijke en zelfs bepalende en bijzondere eigenschap van de haiku dorama is dat hij nog twee minihaiku’s omvat: 1ste/3de regel en 2de/3de regel.

#5. Geen leestekens

Typografisch gebruiken we voor deze vorm van haiku geen hoofdletters en ook geen leestekens (op de gedachtestreepjes voor de tweede regel na dan). Dat zorgt ervoor dat de lezer zelf nog in gedachten leestekens mag plaatsen waar er volgens hem zouden kunnen of moeten staan. Een punt of een uitroepteken? De lezer beslist. Een vraagteken? Als de lezer dat wil. Dat maakt de lezing van de haiku mogelijks groter, boeiender, voor meer interpretaties vatbaar.

VOORBEELDEN

merel lijster vink
– een tuin zonder kerkstoelen –
een voorjaarsmis klinkt

avond samen rood
– twee glazen wijn op tafel –
morsen doen we straks

zon gevel schaduw
– ach, zie ons samen zoenen –
geen wolk wordt voorspeld

herfst stad dak kauwen
– een grijze lucht vol gekraai –
geen plaats voor een meeuw

bos hei paardenrug
– een ruiter afgezadeld –
de zon schijnt met glans

SPELENDERWIJS

Veel van deze haiku dorama zullen op het eerste zicht een wat meer gesloten karakter hebben en in die zin ook meer overeenkomen met onze westerse manier van poëzie schrijven, verdichten. Vooral door de wat cryptische 1ste regel van slechts enkele losse woorden. Het is dan aan de lezer om de haiku te ontsluiten en er zijn eigen verhaal in te lezen, er zijn eigen draai aan te geven, er zichzelf in te verzinnen. De haiku dorama is dus (nog) meer voor een eigen interpretatie vatbaar dan de klassieke haiku. Sommigen houden daarvan, anderen worden er eerder gek van. De haiku dorama is in die zin een mooie afwisseling met de andere vormen van haiku om het geheel van het haikulandschap verder te verruimen en er (nog) meer diversiteit in te brengen. En dit keer met een typisch westers tintje.

De vrij strikte en eenvoudig te volgen regels van de haiku dorama maken dat hij redelijk makkelijk aan te leren valt. Er is een vaste structuur en die hoef je alleen maar ‘in te vullen’. Het heeft wat weg van puzzelen: de juiste stukjes zoeken en ze op de juiste plek leggen. In die zin sluit de haiku dorama ook aan bij het volksvermaak dat het schrijven van haiku’s in Japan lange tijd was, een spel. De poëzie die de dichter erin weet te leggen, is dan de kunst van deze haiku en die is natuurlijk moeilijker tot niet aan te leren.

Hoewel geheel nieuw oogt de haiku dorama als een klassieke haiku en kan hij dus ook door klassieke haikudichters omarmd worden. Het blijft vanop een afstand gezien een ‘gewone’ haiku van 5-7-5 lettergrepen, met een heel keurige snijding en een vrij strak metrum. Alleen de stijl wijkt wat af.

NIEUWE WOORDEN

Het meer speelse karakter van de haiku dorama kan vooral ook in de 1ste regel worden doorgetrokken. Meer dan in andere haiku’s kun je er spelen met de losse woorden, het ritme, de klank, alliteraties. Je kunt er eens gek én poëtisch mee doen. Zoals in deze, luister naar jezelf als je hem uitspreekt:

zondag bakker rij
– verse broodjes in een zak –
en het weerbericht

Soms kun je van die 1ste regel als het ware een nieuw woord maken. In de bovenstaande haiku dorama is dat dan zondagbakkerrij of zondagbakkerij. En dan kun je er je fantasie op loslaten: is een zondagbakkerij anders dan een weekdagbakkerij? Hoe anders dan? Het kan bij het maken van een haiku dorama een uitdaging zijn om de 1ste regel zo te vormen dat hij niet alleen inhoudelijk interessant is, maar tegelijk ook aaneengeschreven een nieuw woord oplevert. Hieronder nog enkele voorbeelden: een nieuw woord voor ‘hemel’, een speciale stilte en een bijzondere plek.

schapen wolken wei
– ’s avonds blatend naar de stal –
ook de hemel vol

zomer regen stil
– niet één radio die speelt –
ergens toch een kind

avond donker bos
– onze eerste zoen ontstond –
een glimworm licht op

In enkele haiku dorama van een leerling vond ik volgende leuke, nieuwe woorden: een feestchineestoetje en een meloenwaterzon.

UITDAGING

De uitdaging van de haiku dorama is vooral ook hoe je dubbele lezingen kunt uitlokken, hoe je in de haiku dorama een dubbele bodem kunt leggen zonder dat het echt opvalt. Meer suggereren dus dan zeggen. Interessant hierbij is dat je naast de eigenlijke dorama nog over twee extra minihaiku’s beschikt om dat te doen: 1ste/3de regel en 2de/3de regel. Daarvan moet je trachten gebruik te maken.

teevee film einde
– en moeder gaat nu slapen –
vader al the end

Is het hier gelukt? Wat lees je (allemaal)?

ZELFTEST

Om zelf te bepalen of je een goeie en echte haiku dorama hebt geschreven, kun je een aantal zelftesten uitvoeren:

  1. Zelfstandige 2de regel: lees de 2de regel los van de andere twee regels. Is het een volwaardige regel? Heeft hij los nog een betekenis, is het nog min of meer een zelfstandige zin, kan de regel op zich bestaan? Indien dat niet zo is, dan heb je geen goeie haiku dorama geschreven. Test dit eens uit met de voorbeelden hierboven.
  2. Minihaiku 1: lees de 1ste en 3de regel van je haiku dorama na elkaar. Laat er dus de 2de regel van tussenuit. Heb je dan nog een volwaardige minihaiku van 10 lettergrepen die iets betekent en ook taalkundig mooi klinkt? Zoniet dan heb je geen goeie haiku dorama geschreven. Test ook dit eens uit met de voorbeelden.
  3. Minihaiku 2, de tanshuku: lees de 2de en 3de regel van je haiku dorama na elkaar. Heb je ook nu nog een volwaardige minihaiku van 12 lettergrepen, een tanshuku dus? Zoniet, dan heb je geen goeie haiku dorama geschreven. Doe de test met de voorbeelden.

CONCLUSIE

De haiku dorama is een speelse aanvulling op de klassieke haiku. Omwille van zijn grotere dramatiek en het wat speelsere karakter van de 1ste regel sluit hij iets meer aan bij de westerse poëzie dan de klassieke haiku, wat hem bij onervaren lezers van haiku misschien wat sympathieker maakt.Hij is vooral ook leuk om te maken, meer een spel nog en daarom geschikt om in groep te beoefenen en op zoek te gaan naar elkaars nieuw gevormde woorden door de eerste regel. En dan maar fantaseren.

NOG ENKELE VOORBEELDEN

moeten willen staan
– de boerin wast haar handen –
een lam in de stal

avond tuin alleen
– alle stoelen staan nu leeg –
wijn op overschot

jagers sneeuw spoor bloed
– volg het aangeschoten wild –
daarginds waart de dood

middag bord stilte
– tafel heel alleen gedekt –
ik eet op jouw plaats

stad kerk torenspits
– het vastgeroeste haantje –
en een nieuwe wind

avond winden riet
– het blad toont ons waar naartoe –
wijzend wordt het stil

film buurman popcorn
– het smekken houdt ineens op –
een spannend moment

herfst regen stormwind
– de notelaar geeft toch toe –
laatste bladeren

Boeiend experiment

Je zou het misschien niet meteen denken — omwille van zijn kleine en haast onopvallende karakter —, maar haiku is een zeer dankbare vorm van poëzie om mee te experimenteren, misschien wel de meest dankbare. En niet in het minst omwille van de vele en soms ‘strenge’ regels. Hoe meer regels iets heeft, hoe makkelijker en boeiender het experimenteren wordt. Want is experimenteren niet net afwijken van de regels?

door Geert De Kockere

In het lab van de HAIKUFAB trek ik mij graag terug — bij wijze van spreken dan — om met die haiku te experimenteren en te kijken wat zoiets dan oplevert aan boeiende literatuur en mogelijke nieuwe vormen van poëzie. Zo heb ik een interessant experiment achter de rug. Het idee ontstond om bij abstracte foto’s van Ann Backx over het ijs van het Baikalmeer in Siberië en luchtbellen in dat ijs (opborrelend methaangas) haiku’s te maken voor een haikufotoboek. In eerste instantie wist ik niet zo goed hoe dit aan te pakken. De foto’s lieten immers geen (klassieke) taferelen zien, maar een spel van abstracte lijnen en vormen. En dat terwijl haiku het veeleer van het concrete en vrij anekdotische tafereel moet hebben. Alsof ik een muis met een kater moest verzoenen.

En dus dook ik in mijn hoofd het virtuele HAIKULAB in en zocht naar nieuwe vormen, structuren, invalshoeken, omwentelingen of wat dan ook dat haiku met die foto’s kon verzoenen of leiden tot een boeiend geheel. Want dat was uiteindelijk het doel: een boeiend geheel. De haiku’s moesten niet zo nodig bij de foto’s passen, maar beide samen moesten wel een fris en leuk boek opleveren.

Bovendien worstelde ik wat met het thema: de opwarming van de aarde. Als er iets is waar haiku een hekel aan heeft, dan is het aan betweterij, educatieve vingertjes of moraliteit. Hoe kon ik dan in godsnaam zo’n moreel en hot thema als de opwarming van de aarde combineren met die haiku, die zich altijd zover mogelijk houdt van dergelijke op zich nogal politieke thema’s? Het lab dus!

HERHALING

Een eerste idee om die schijnbare tegenstellingen tussen de aard van haiku en ons opzet te omzeilen, was dat ik met het genre moest spelen. Spel is vaker een element dat een impasse kan doorbreken, dat voor en tegen kan verzoenen, dat een onmogelijk gewaande missie toch kan doen slagen. En daarbij speelt (what’s in a name?) de eenvoud en de gebalde vorm van haiku erg in mijn voordeel. Het is veel makkelijker om met iets kleins en eenvoudigs te spelen, dan met een lange en complexe structuur.

Bijkomende vaststelling: er waren niet zo heel veel foto’s beschikbaar. En toch moest het boek enig volume hebben. Er zou dus voldoende tekst moeten gevonden worden om dat wat op te vangen en het aantal pagina’s zinvol ‘te rekken’. Eén haiku op een bladzijde van 21cm bij 21cm (de grootte van het boek) toont bovendien niet erg gevuld. Doorgaans vind je in een bundel met haiku’s om die reden meerdere haiku’s op één bladzijde.

Via de scheikundige reactie die al deze ‘problemen’ in mijn hoofd veroorzaakten, kwam ik al snel op het idee om elke haiku te herhalen. Het idee ontstond mede door de gewoonte om tijdens het voorlezen van haiku’s elke haiku tweemaal naeen te lezen. Omdat het echte luisteren pas begint als de dichter al een regel verder is. Als hij met andere woorden al bijna klaar is met zijn haiku. Ons gehoor is een vrij ‘lui’ zintuig, veel luier dan ons oog. En dus dient de eerste lezing om een algemene impressie van de haiku te krijgen, waarna een tweede lezing — de toehoorder is inmiddels aandachtig en bewust aan het luisteren — de haiku dieper laat doordringen. Zelf maak ik er bovendien een gewoonte van om tijdens die tweede lezing zo mogelijk de haiku net iets anders voor te lezen. Met andere klemtonen of accenten. Zo tracht ik soms al tijdens het voorlezen een diepere of andere lezing bloot te leggen. En ook dat leek mij een interessant idee om toe te passen op mijn haiku’s over het ijs en de opwarming van de aarde.

De herhaling van elke haiku werd dus een eerste element waarmee ik speelde. En de lichtjes andere, tweede lezing tijdens mijn voordrachten indachtig, paste ik dat ook toe op de geschreven haiku. Enig probleem: je kon dat als lezer in het boek niet horen. En dus moest ik dat hertalen naar het lichtjes inhoudelijk wijzigen van de haiku. En kon ik die ‘herhaling’ misschien ook typografisch suggereren, min of meer laten aanvoelen? Daarvoor plaatste ik de herhaling van de haiku onmiddelijk na de eerste versie, zonder een regel wit ertussen. Maar om toch duidelijk een verschil te laten zien en voelen, zette ik de eerste versie in de normale zetwijze van het font (een heel eenvoudige, schreefloze letter) en de herhaling in de lightversie van het font. Zo kwam die herhaling ook typografisch als een herhaling over, een soort echo haast van de hoofdversie van de haiku. En je zag meteen duidelijk het verschil tussen de beide, ook al plakten ze aan elkaar. In de herhaling veranderde ik inhoudelijk een klein detail, wat dan min of meer overeenkwam met de lichtjes andere intonatie tijdens het voorlezen.

Een voorbeeld van een bladspiegel uit IJs tijd.

Zo begon ik dus aan het boek: met een stevig en doordacht concept, dat zijn wortels, zijn blauwdruk had in de traditie van het voorlezen van haiku. Ik hou immers niet van blinde experimenten die al snel uitdraaien in het experimenteren om te experimenteren. Het experiment moet de poëzie dienen en niet andersom. Het eerste haikuduet ging dan als volgt:

Wij, ondergesneeuwd.
En wijl we dampend dooien,
een sneeuwman rollen.
Wij, ondergesneeuwd.
En wijl we dampend dooien,
de sneeuwman gerold …

Bij het inhoudelijk bedenken van de haiku trachtte ik mij om te beginnen ver van het moraliserende vingertje te houden en de hete aardappel van het thema vooralsnog even voor mij uit te schuiven: de opwarming. Ik probeerde eerder bij de ware aard van de haiku aan te sluiten: een simpel tafereel, een anekdotische waarneming. Alleen de sneeuw verwees dus naar het thema. En in de herhaling speelde ik met de dubbele betekenis van ‘iets rollen’, ook zo typisch voor haiku, waardoor het thema zich misschien al van heel ver aankondigde. Want wat zou dat kunnen betekenen, een sneeuwman die gerold is?

HAKEN

Ik gloeide van het experimenteren en was al best tevreden met wat ik voelde. Zo kon het wel iets boeiends worden, dacht ik. Maar was dit vol te houden? En vooral: was dit voldoende boeiend vol te houden? Het mocht niet op een makkelijk toe te passen ‘systeempje’ of trucje gaan lijken en moest spannend blijven. Je mocht als lezer niet na een paar bladzijden al het gevoel hebben dat je die tweede, herhalende versie zelf kon verzinnen. En hoe bracht ik een eenheid in het geheel? Als ik op elke bladzijde een andere haiku met zijn herhaling bracht, zou het dan niet te veel een losse verzameling haiku’s worden? Te vrijblijvend? Moest ik niet op zoek gaan naar een ruimer verhaal, een grotere vertelling, een samenhang tussen alle haiku’s? De foto’s stonden los van de haiku’s. Alleen het thema hadden ze gemeen: ijs, koude, sneeuw … Die zou ik bijgevolg eerder tussenin, bij wijze van pauze of sfeerschepping laten verschijnen, zonder tekst erbij. Foto’s dus afgewisseld met haikuduetten. Maar hoe bond ik alles? Hoe bekwam ik een gevoel van een geheel?

Ik had een goede dag in het lab en bedacht dat ik de haiku’s misschien in elkaar kon laten haken. Van de eerste tot de laatste. Alsof de tweede een vervolg was van de eerste, de derde van de tweede. Enzoverder. Zo kwam het geheel dan misschien over als één groot verhaal, één groot gedicht, bestaande uit haikuduetten die perfect als losse, zelfstandige haiku’s konden bestaan, maar toch samen een verhaal vertelden. Zou dat mogelijk zijn? Dat ‘haken’ wilde ik realiseren door elke nieuwe haiku te laten beginnen met de laatste regel van de vorige haiku. En dus experimenteerde ik en schreef ik als tweede haiku:

Een sneeuwman rollen.
Weten dat hij zal buigen,
sneller dan voorheen.

Ik besloot daarbij om geen rekening te houden met de tweede herhalende versie van elke haiku, zijn echo. Dat was slechts een herhaling, weliswaar met een lichtjes andere inhoud, maar toch ‘slechts’ een herhaling. Ik concentreerde mij voor het haken dus op elke eerste versie van iedere haiku. De eerste en tweede haiku na elkaar gelezen gaf dan dit:

Wij, ondergesneeuwd.
En wijl we dampend dooien,
een sneeuwman rollen.

Een sneeuwman rollen.
Weten dat hij zal buigen,
sneller dan voorheen.

En ja hoor, ik kreeg stilaan het gevoel dat ik op die manier op haikuiaanse wijze een verhaal zou kunnen vertellen over de opwarming van de aarde, een verhaal bovendien waarin ik heel langzaam, zonder dat het misschien opviel, toch een vingertje zou kunnen laten zien, nee, eerder voelen. Via dat trage spel van haken — bovendien ook nog onderbroken door elke iet of wat andere herhaling van de haiku, de echo — zou ik misschien toch de moraal van het verhaal kunnen brengen. Op voorwaarde dat de poëzie van de afzonderlijke haiku’s dan ook nog overeind bleef. Ik wilde per se dat elke haiku, los gelezen, ook voldoende zin had en sterk genoeg bleef. Kortom: een hele uitdaging dus, maar heel boeiend als experiment. En zo ging ik aan de slag. Het vonkte en knetterde, het gloeide en dampte in het lab van de HAIKUFAB.

VERDIEPING

Naarmate ik op die manier meer haikuduetten schreef, werd ik er mij steeds meer van bewust dat die tweede, herhalende versie (de echo) met slechts een kleine wijziging algauw voorspelbaar dreigde te worden. En dat wilde ik koste wat het kost vermijden. Want dat zou het geheel en vooral de kracht van het geheel sterk ondermijnen en te veel een spel om het spel worden. Ik werd er mij dus snel van bewust dat ik niet zomaar, vrijblijvend, de eerste versie van elke haiku kon herhalen met slechts één kleine wijziging. Zo kwam ik op het idee om de verandering in de herhalende haiku te laten groeien en wel zodanig dat het op bepaalde momenten een haast heel andere haiku werd, terwijl je hem toch nog duidelijk als een ‘herhaling’, een echo zou kunnen ervaren. Door de woordkeuze, door de structuur, door de symmetrie van de beelden. Zo kon ik het duet tegelijk ook een zekere verdieping geven. Bijvoorbeeld:

Sneller dan voorheen
smelten onze ijsblokjes.
Mijn picon lengt aan.
Sneller dan voorheen
smelten onze ijsbergen.
Zeeën lengen aan.

Meteen ‘ontdekte’ ik dat ik op die manier ook iets makkelijker nog het vingertje, de moraal kon laten zien. Door die herhalende versie iets actueler, iets ‘politieker’ te maken. En gezien het slechts de echo was van de eerste en die bovendien typografisch ook in een light stond, viel het wat minder op. Het was ‘slechts’ de echo. Nog een voorbeeld:

Wij, bedervend vlees;
in dobberende bootjes
samen op de vlucht.
Wij, bedorven vlees;
en dobberende botjes
die uiteendrijven.

Nog eentje:

Een ijsbeer verdrinkt.
Op een drijvend restje ijs,
een jong dat toekijkt.
IJsbeer verdronken.
Op een drijvend restje ijs
verhongert een jong.

Of een variant op de ‘witte kerst’ en de verdoken vraag of we nog wel ‘witte kersten’ zullen hebben:

En nog wit de kerst.
Maar zie, de kerststal lekt al.
Het smelten begon.
Geen witte kerst nu.
En de stal onder water.
Het kind al kletsnat.

Zo kreeg ik nog duidelijk het gevoel van duetten, maar tegelijk waren ze niet echt voorspelbaar en moest je als lezer steeds weer afwachten wat er zou komen, hoe het volgende duet zich zou vormen en ontwikkelen. Op die manier kon ik de spanning in het geheel behouden en er min of meer ook — door de verdieping en het vingertje in de herhalende haiku — een soort verhaal van maken.

Naar het einde van het boek toe bracht ik dan net zoals in het begin de twee versies per duet weer dichter bij elkaar, zodat je het eindigen ook structureel voelde. In het allerlaatste duet trok ik dat zelfs extreem door: de herhaling, de echo, is zo goed als identiek aan de eerste versie van de haiku. Maar toch niet helemaal. Het scheelt twee puntjes. De oorspronkelijke versie eindigt met een punt, de herhaling met drie puntjes. Ook dat zou je als een klein statement kunnen zien. Aan de lezer om het zijn betekenis te geven. Bovendien wilde ik nog haast ongemerkt iets extra’s aan het boek toevoegen. Door onopvallend te eindigen met de regel waarmee ik ook de hele cyclus begon. Met andere woorden: de allerlaatste regel van de allerlaatste haiku is weer de allereerste van de eerste haiku. Je kunt het geheel dus in een loop lezen: l’histoire se répète?

SPELEN

Boeiend aan het geheel is nog dat je ook als lezer met de lezing van het boek kunt gaan spelen en diverse manieren van lezen uitproberen. Je kunt bijvoorbeeld in één keer alle eerste versies van elk haikuduet lezen en hun echo’s negeren. Zo krijg je een duidelijker beeld van het hele verhaal en klinkt dat haken ook meer en frappanter door. Maar je kunt evengoed alleen maar alle herhalingen na elkaar lezen en de oorspronkelijke, eerste versie van de haiku’s negeren. Ook dan krijg je een boeiend geheel van allemaal andere haiku’s die toch nog samenhoren. Maar dan zonder dat haken. Je kunt zelfs — de mogelijkheden zijn heel ruim, experimenteer zelf maar met het lezen — de eerste versie van de eerste haiku lezen, gevolgd door de tweede, herhalende versie van de tweede haiku. Enzoverder.

VORMGEVING

Restte mij nog de vormgeving van het boek. De typo moest strak en mocht behoorlijk groot, vond ik. Ik koos daarom voor een heel eenvoudige, schreefloze letter. Die oogt iets ‘moderner’: de opwarming is van deze tijd. Het font mocht ook symbolisch zijn. Na wat zoeken en uitproberen, kwam ik uit bij de Avenir Next: de volgende toekomst. Tussen een reeks haiku’s volgen dan telkens de foto’s van Ann. De abstractheid ervan past goed bij de sfeer en zorgt voor een pauze tussenin, waardoor de inhoud van de haiku’s even kan bezinken en je als lezer de gelegenheid krijgt om er dieper over door te denken, te mijmeren. Tot slot koos ik ook voor een symbolische papiernaam: Arctic Volume.

IJs tijd dus. Een toch wel bijzonder haikufotoboek en een boeiend experiment met haiku, dat nogmaals aantoont hoe rijk de mogelijkheden van deze vorm van poëzie zijn. Ik zie weinig of geen andere vormen van poëzie waarmee zoiets mogelijk is, zonder dat het een experiment om het experiment lijkt. En tevreden sloot ik in mijn hoofd de deur van het lab.

De cover van IJs tijd met foto’s van Ann Backx.

HAIKUminuutje

In de vorige blog hadden we het over de introductie van de M-tag: Me-time met haiku. Maar hoe doe je dat precies? Eigenlijk is het eenvoudig: gewoon door een boek te nemen en in alle stilte één haiku te lezen en je daarbij de haiku helemaal trachten voor te stellen. Je dus door die mini-teletijdmachine even te laten wegflitsen, overeind te krabbelen en denkbeeldig rond te kijken, te luisteren, te ruiken, te proeven en te voelen. Geen boek voorhanden? Dan is er ons gratis HAIKUminuutje!

Het HAIKUminuutje draagt de M-tag en is bedoeld om je midden in het hectische, intermenselijke verkeer van alledag even te laten stilstaan en tot rust te komen. Iets als: Heb je een minuutje? Door dan even te pauzeren, op dat vluchtheuveltje van taal te gaan staan en je kort te laten wegflitsen is het mogelijk om in korte tijd eens helemaal weg te zijn en de geest tot rust te laten komen. Met haiku bezig zijn, voelt heel vaak relaxerend aan. Het is dat kleine: klein in tekstvorm, maar ook het kleine waarover haiku het meestal heeft.

Het HAIKUminuutje is een haiku die af en toe (soms meer dan één keer per dag) vanzelf op een onverwacht moment in je mailbox zit, tussen je andere mails door dus even vraagt om halt te houden bij iets kleins dat heel herkenbaar is. Even Me-time! Soms met een foto, soms met wat diepere lezing erbij.

Het HAIKUminuutje bezorgt je ook een verse haiku, een haiku dus die kort tevoren is geschreven en vaak het ritme van de dag volgt, het weer van het seizoen. Zo probeert het HAIKUminuutje je zintuigen nog beter te prikkelen. Het gebeurt nu! Zie je het ook? Hoor je het ook? Ruik of proef je het? Voel je het?

Graag ook af en toe zo’n HAIKUminuutje in je mailbox? Dan kun je je daarvoor gratis inschrijven door een mailtje te sturen naar dichter Geert De Kockere: mail@geertdekockere.be. Daarna krijg je via MailChimp voortaan zijn HAIKUminuutjes aan. M-tag! Me-time met haiku!

De M-tag

De HAIKUFAB lanceert de poëtische M-tag. Het is een stempel, een gestempelde tag dus als een symbolisch teken dat staat voor Me-time met haiku.

door Geert De Kockere

Tijd voor jezelf dus, tijd die we misschien in deze tijden veel te weinig nemen. Ja, letterlijk ‘nemen’. Je moet die tijd, de tijd nemen. Meer tijd voor jezelf en als het kan in alle stilte en rust. Onze geest heeft dat nodig, moet af en toe helemaal tot rust kunnen komen. We onderschatten dat en proppen die geest voortdurend barstensvol, ook in onze vrije tijd. We komen thuis en zetten bijvoorbeeld de radio aan, waardoor ook dan weer onze geest van alles willens nillens opneemt en moet verwerken. Er is veel lawaai buiten en buiten onze wil: grasmachines, snoeischaren, absurde bladblazers, draaiende motoren van auto’s … De stilte is een verwaarloosd goed. We hollen van hot naar her — ook ter ontspanning — en komen op die manier zelden of nooit tot stilstand. Merk op wat er in dat woord ‘stilstand’ zit: stil.

Via de haiku kun je op korte tijd even helemaal tot die stilstand komen. In stilte. Haiku is een mini-teletijdmachine, die je in een flits naar een andere plek op deze aardkluit flitst. Krabbel er overeind en kijk denkbeeldig rond: wat zie je nog allemaal op de plek waar je bent aanbeland? Kijk ver, maar kijk ook dichtbij om je heen. Wat ligt er, wat groeit er, wat ruikt er, wat voel je? Door op die manier denkbeeldig je zintuigen te gebruiken, verdwijnt even al de rest om je heen. De drukte en zelfs de zorgen. Word even helemaal een steentje op die plek waar de haiku je naartoe flitste. Of de dauwdruppel aan een lange grasspriet, op het punt om te vallen. Word één met de waterjuffer, luister naar het zingen van de leeuwerik, het kabbelen van de beek. Het kan, het kan écht, ook al ben je er niet echt. Het is de kracht van haiku die vaak op een heel eenvoudige manier een sterk beeld neerzet en oproept.

Me-time met haiku dus. En daarvoor lanceren we de poëtische M-tag. Het is een erg sierlijke tag. Want Me-time mag krullen, mag slingeren, mag uitwijden, mag wat heerlijk ouderwets ogen. Die M-tag wordt letterlijk gestempeld. Oók symbolisch: stempelen is namelijk een heel bewuste en doelgerichte actie. Je moet er zelfs wat kracht voor gebruiken. Wilskracht? Een stempel krijgen veronderstelt bovendien een bewuste keuze, laat iets zien, is een statement: even Me-time! Met (wils)kracht even duidelijk foert zeggen tegen de rest. Tegen de drukte en het lawaai, tegen de to do’s en de must-haves.

De stempel om de M-tag te drukken vonden we in een uiterst charmant tweedehandswinkeltje in het Zeelandse Colijnsplaat. Symbolischer kan haast niet: Colijnsplaat aan de Oosterschelde, waar de tijd vanzelf al lijkt stil te staan. Het is een prachtig, koperen stempeltje met een heel sierlijke M. Een sieraad op zich. Me-time mag mooi zijn, mag blinken, mag schitteren. Go for it! Me-time!

M-tag
M-tag
Het koperen M-tag-stempeltje dat we in Colijnsplaat vonden.

Haikufietsen

Voor de gemeente Lille in de Kempen maakten we in de HAIKUFAB een hele reeks gelegenheidshaiku’s om te sensibiliseren rond fietsen in de gemeente. Op diverse plaatsen worden openbare fietsrekken geplaatst, waarbij een kleurige, uitvergrote fiets al van ver het fietsrek zichtbaar maakte. En voor die fietsen maakten wij verschillende haiku’s die samen één geheel vormen.

Gezien de klassieke vorm van haiku niet meteen geschikt is voor een dergelijke formule, vonden we dat een ideale opdracht voor het HAIKULAB. Kon er een vorm van haiku worden gevonden die 1. mensen aanzette tot fietsen, 2. op een goed leesbare manier in drie delen op de fietsen aan te brengen was en 3. waarbij alle haiku’s samen een uniforme stijl uitstraalden?

Nadat we het vocht in onze hersenen een tijdje lieten borrelen, schreven we een hele reeks haiku’s die allemaal eenzelfde stramien hebben en telkens één positief aspect van het fietsen beschrijven. Op die manier willen we met de haiku’s aanzetten om meer te fietsen. Bovendien bouwden we de haiku’s op uit drie min of meer op zich staande regels. En wel zodanig dat je eigenlijk met om het even welke regel kunt beginnen als je de haiku leest. Je kunt met andere woorden van een haiku alle regels door elkaar lezen. Belangrijk als je weet dat de regels ook verspreid op de uitvergrote fiets moesten komen. Er zit een zekere logica in, maar het maakt op zich niet zo heel veel uit waar je begint te lezen.

Toegepaste haiku dus. Klassieke haikuliefhebbers zullen misschien hun wenkbrauwen optrekken. Maar het is net de bedoeling van het HAIKULAB binnen het Huis van de Haiku om waar mogelijk te onderzoeken hoe haiku kan opengetrokken worden en hoe daaruit dan nieuwe, eigentijdse vormen kunnen ontstaan die ook in het dagelijks leven inzetbaar zijn, in dit geval om mensen te beroeren of te sensibiliseren.

Eén van de fietsen met een haiku uit de reeks.