’t Boomke

Voor de Antwerpse haven werd een kunstwerk in Cortenstaal ontworpen met daarin een haiku gelaserd. Het werk staat op de Scheldedijk in Berendrecht en symboliseert een echte boom die er al altijd stond en een belangrijk punt voor de scheepvaart vroeger aanduidde. Aan ’t Boomke moesten de zeilen klaar zijn om de zee op te varen en bij thuiskomst waren eenmaal voorbij ’t Boomke de gevaarlijke zandplaten achter de rug. Men dronk aan ’t Boomke een oorlam op een behouden vaart én thuiskomst.

 

TOESPRAAK

 

Het is een werk volgens het outside-inside-principe. Eerst en vooral is er het beeld wat je ziet, samen met de haiku (outside), maar als je voor de boom gaat staan, maak je zelf door het silhouet van de boom een nieuw beeld van het landschap, je kruipt dus in het kunstwerk om zelf een nieuw te maken (inside).

Door hier te staan, wordt het werk, de boom, een onderdeel van het landschap, maar het landschap wordt ook onderdeel van de boom. Ook dat zou je outside-inside kunnen noemen.

Bovendien is het typische en ook wel mooie aan kunst dat wat je ziet je vaak ook symbolisch kunt zien, het interpreteren en er zo voor jezelf een betekenis aan geven. Outside wordt dus inside. In dit geval: je ziet een negatief van een jonge linde, letterlijk ‘een boomke’. Dat zou je kunnen zien als het idee van ’t Boomke. Want 
’t Boomke is meer dan zomaar een boom, de plek staat ook voor een idee, voor een stukje geschiedenis zelfs. Het negatieve silhouet stelt met andere woorden ’t Boomke in de gedachten, de verhalen, de overleveringen voor. Elke échte boom keert vroeg of laat terug naar waar hij vandaan kwam: de grond, de bodem. Het positieve silhouet symboliseert dat hier. Maar in de gedachten blijft hij overeind.

En hij is niet groot, klein zelfs. Ook dat betekent iets: laat ons vooral niet aan grootheidswaanzin leiden en de bomen op ware grootte namaken. Nee, wij zijn maar klein, tegenover de natuur, tegenover de haven. Laat ons dan ook bescheiden blijven. Outside-inside dus.

Belangrijk vind ik zelf ook altijd de betrokkenheid van de toeschouwer bij iets. Of het nu een beeld, poëzie of theater is. Met dit werk wil ik de mensen die hier voorbijkomen uitnodigen om mee te spelen. Om zelf een beeld maken. Of om erachter te gaan staan en een foto van jezelf in het silhouet te laten maken. Met de Schelde of de haven op de achtergrond. Als een statement: waar er mensen zijn wordt er gemenst. Ze bewegen en verspreiden zich, varen de wereld rond, voeren uit, voeren in. En dat bracht en brengt nog steeds welvaart. Maar laat ons ook de natuur (de boom waar je staande deel van uitmaakt) en onze roots niet vergeten.

De laatste regel van de haiku is in die zin ook symbolisch: het vaart ons nu wel. Hij verwijst naar het letterlijke varen en hoe ’t Boomke de schippers vanaf dit punt een behouden tocht wenst. Maar tegelijk zegt hij hoe wij allemaal varen op de stroom van het leven en hoe we allemaal hopen dat we wel varen.

We staan hier dus op een plek waar je kunt filosoferen over het leven. Een plek in de haven die een smeltkroes van origines en culturen is, maar ook een symbool voor welvaart. De boten, de kranen, het water en de mensen maken de haven ook mooi. Laat dit werk dan ook vooral een uitnodiging zijn om hier samen met mij te spelen en na te denken over het leven. En waar kun je dat beter doen dan op de oever van een grote en mooie rivier?

— Geert De Kockere